Grondwark Bodemadvies
‘Grondwark’ is het adviesbureau van Henk Hidding.
Het werkveld van Grondwark is de geschiktheid van bodem voor elke
bestemming en de geschiktheid van grond voor elke toepassing. Grondwark heeft vooral ervaring met
Schakel Grondwark in voor bewezen inhoudelijke en procesmatige ervaring:
- het opstellen van bodem - en milieukundig advies
- vervanging (bij ziekte of zwangerschap) van de bodem/milieukundige in uw organisatie
- de realisatie van projecten (baggerwerk, depots, saneringen)
- het verzorgen van bodemonderzoek (laarzen aan!)
Alle bodemonderzoek wordt uitgevoerd om vragen over de
bodemgeschiktheid te kunnen beantwoorden, bijvoorbeeld de geschiktheid
voor woningbouw, openbaar groen, akkerbouw, grasland, natuur, bos,
laanbomen, de aanleg van een vijver, ondergrondse infrastructuur, etc.
Bodemonderzoek kan uitwijzen dat er voor een functie beperkingen zijn,
bijvoorbeeld in de vorm van een verontreiniging, zettingsgevoelige
lagen of hoge grondwaterstanden. Dit zijn technische beperkingen.
Daarnaast kunnen er beleidsmatige beperkingen zijn. De bodem kan
bijvoorbeeld archeologisch van belang zijn, waardoor, voorafgaand aan
de realisatie van de bestemming, archeologisch onderzoek moet worden
uitgevoerd.
Het bodemadvies beschrijft de manieren waarop de bodem, die beperkingen heeft, voor
de bestemming geschikt kan worden gemaakt (bijvoorbeeld
saneringstechniek, bouwrijp maken, in cultuur brengen van een
baggerdepot).
Voorbeelden van onderzoeken en adviezen uit de periode bij Oranjewoud vindt u onder werkervaring. De belangrijkste 'wapenfeiten' staan (ook) in het lijstje publicaties.
Grondwark Bodemadvies is sinds 1 september 2006 actief. Voorbeelden van klussen door Grondwark vindt u als u op expertise klikt.
Toekomstmuziek, varia, gedachten, nieuws
. Bodem bepaalt
Naam: Henk Hidding
Geboortejaar: 1952
Geboorteplaats: Sleen
Opleidingen
- 1970
- HBS-b aan het Gemeentelijk Lyceum te Emmen
- 1978
- Bodemkunde en Bemestingsleer, LH-Wageningen
Beroepsloopbaan
- 2006 – heden:
- ‘Grondwark Advies’, adviesbureau in bodemgeschiktheid
- 1980 – 2006:
- Ingenieursbureau 'Oranjewoud'BV, Heerenveen in
diverse functies en rollen, aanvankelijk als technisch medewerker en,
projectleider, later als sectorhoofd, projectmanager en teammanager.,
de laatste jaren als senior adviseur.
- 1978 – 1980:
- Rijks Middelbare Landbouwschool Drachten, leraar bodemkunde en scheikunde.
(terug)
- 1980 – 2006
-
Onderzoek van verontreinigde terreinen, studie van
risico’s van verontreinigingen, het opstellen van
saneringsplannen en de begeleiding van saneringen.
Gasfabrieksterreinen o.a. te Enkhuizen, Appingedam, Franeker, Gorredijk, Ternaard, Breda,
Haarlem, Tilburg, Roosendaal, Meppel, Graft- De Rijp, Nieuwe Niedorp, Workum,
Uithuizen, Wolvega, Joure, Schoonhoven. Daarnaast onderzoek van verontreinigingen
door houtconserveringsmiddelen (creosoot, Wolmanzouten, pentachloorfenol),
bestrijdingsmiddelen (loonbedrijven en in havenslib), tri en per in wasserijen
en metaalbedrijven, metalen (gieterij, andere metaalindustrie, kleiduivenschietbanen),
verffabrieken, zoutloodsen, zuivelfabrieken, suikerfabrieken, zwavelzuurfabriek,
minerale oliën en stortplaatsen.
De gasfabriek (aan de Zaan) in Zaanstad.
Speciale vermelding
wordt gemaakt van het onderzoek in kruipruimte - en
binnenhuislucht (Âldlân -oost), het onderzoek naar het
voorkomen en de risico's van arseen in beekdalen in Gelderland,
speciatie en risico's van cyaniden in bodem en grondwater rond loodsen
voor strooizout, thet
onderzoek naar de loodbelasting op kleiduivenschietbanen ,
de sanering van deze locaties en de reiniging van de met
loodhagel belaste grond.
Nooit gedacht, toch bewezen: de anaërobe biologische afbraak van benzeen met nitraat als oxidator in NOBIS en later SKB verband.
Bij het onderzoek van stortplaatsen is onderzoek gedaan aan percolaat
met ftalaten, fluoriden en barium (in verschillende stortplaatsen!).
Recent is ervaring opgedaan met in situ chemische oxidatie
(Fenton's) boven het grondwater. Dit betrof het begeleiden van een
proef. (terug)
Bodemkartering
- 1972
- kartering Oostwaardhoeve (veldassistent)
- 1974
- het dal van de Vennevertlose beek bij Winterswijk; kartering
gericht op het schatten van de actuele grondwatertrappen en de
grondwatertrappen aan het begin van de twintigste eeuw, aan de hand van
profielkenmerken en de aanwezigheid van beekklei,
- 1977
- gebieden bij Frederiksoord en Vledder als studentassistent op
het veldpraktikum bodemkunde van de studierichtingen cultuurtechniek en
tuin- en landschapsarchitectuur
- 1980
- Wiardaburen, stadsuitbreidingsgebied ten zuiden van Leeuwarden
(veldwerk, kaartvervaardiging en evaluatie van de bodemgeschiktheid)
Wiardaburen in 1980 (in de linkerbovenhoek Goutum)
- 1981
- leidingtracé ondergrondse hoogspanningsleiding Alphen – Gouda (EZH)
- 1981
- leidingtracé bij Moerkapelle (NAM)
- 1981
- diverse percelen, verspreid in het land t.b.v. de aanleg van o.a. sportparken
- 1991
- boswachterij Oranjewoud, bodemgeschiktheidskartering (adviseur)
- 1992
- bodemgeschiktheidskartering defensieterrein Strubben – Kniphorstbos (adviseur)
- (terug)
Verzuring en vermesting
- 1989
- Vitaliteit en voedingsstoffenhuishouding inlandse eik in relatie tot stikstofdepositie in Zuidoost Friesland
- 1992
- Onderzoek naar fosfaatverzadiging en grondwaterkwaliteit in Friesland
- 1992 – 2004
- Onderzoek bodem, blad en naalden in de boswachterijen van
Schoonloo en Oranjewoud. Waarbij in de boswachterij Oranjewoud aandacht
is besteed aan de effecten van mineralensuppleties (bosbemesting)
Onderzoek van o.a eik en douglas in de boswachterij Oranjewoud van 1992 tot 2004
Gebleken is dat de mineralensuppleties (vrijwel) geen
invloed hebben gehad op de zuurgraad van de bodem. De zuurgraad is over
de periode van waarneming gelijk gebleven. Wèl is de
samenstelling van het blad sterk verbeterd. De toestand van een
aantal sporenelementen lijkt zeer labiel. Bij de lage zuurgraad
pH = ca. 3,0 in leemarm zand, spoelt een element als mangaan
gemakkelijk uit. Dit kan dan tot mangaangebrek leiden. Diezelfde lage
zuurgraad zou bij een eventuele toediening van mangaan houdende
meststoffen mogelijk snel tot mangaan overmaat kunnen leiden. Wellicht
is de toediening van thomasslakkenmeel, waarin enig mangaan aanwezig
is, zeer heilzaam geweest.
2003
Technisch beoordelingskader voor het
storten van teelaarde in zandwinputten. In verschillende
natuurbouwprojecten komt teelaarde vrij. Van het storten van teelaarde
in zandwinputten is een kwalitatieve beschrijving gemaakt. De
mobilisatie van vooral nutriënten na het eventueel storten
van teelaarde is inzichtelijk gemaakt. Op basis hiervan is een
beoordelingskader opgesteld. In veel gevallen blijkt het storten van
teelaarde in zandwinputten ongewenst vanwege de belasting van het
grondwater met nutriënten en o.a. de mobilisatie van ijzer. (terug)
Waterbodem en bietengrond
- 1990 - 2006
-
Veel ervaring is opgedaan met waterbodemonderzoek, baggerplannen, saneringsplannen en
onderzoek naar de verwerkingsmogelijkheden voor baggerspecie. De benadering om
voorafgaand aan het opstellen van baggerbestekken een scenariostudie uit te voeren,
waarin vooral de verwerking van de specie een variabele was, is zeer succesvol
geweest. Op deze manier zijn besparingen gerealiseerd op baggerwerk terwijl
tevens nuttige toepassingen van de specie werden gevonden. De laatste jaren is
de depotcapaciteit toegenomen (o.a. zandwinputten). De toepassing van
specie in werken is hierdoor verminderd. Saneringsplannen zijn o.a. voorbereid in
de haven van Harlingen, de Surhuisterveenstervaart, de Potmarge, grachten in
Franeker en Hindeloopen. Specifieke ervaring is opgedaan met het saneren van
asbesthoudende bagger. Studie is gemaakt van effecten van rijping van specie en de herkomst van
nikkel in specie.
Ophoging van landerijen met wasgrond van
suikerbieten ten noorden van Hoogkerk. Planvorming en bestek tot en met
het weer in cultuur brengen.
Baggerdepot aan de Kromme Ee.
Projectbegeleiding: contracten met eigenaar, locatieonderzoek,
vergunningen, bestek en directievoering.
Speciale vermelding wordt
gemaakt van het onderzoek naar verontreiniging rond een voormalige
scheepssloperij in de Oosterschelde. Bij het karteren van de
verontreiniging (PAK) werd gebruik gemaakt van Kriging. Verder is de
relatie onderzocht tussen gehalten in het sediment en in organismen (wadpier,
kokkel en mossel) en de mogelijke impact daarvan op Scholeksters. (terug)
Buitenland
Af en toe was er een klus in het buitenland.
- 1988
- In Helsinki werd deelgenomen aan het eerste (ad-hoc) Soil Expert
Panel van UN-ECE/ICP Forests. Overlegd werd over bodemonderzoek in
bossen, inhoud en internationale afstemming
- 1996
- In opdracht van Ballast Nedam is gedurende een week technische
ondersteuning verleend en advies uitgebracht op de sleephopperzuiger
Lelystad bezig met een project in de haven van Santos. Het betrof de
kwaliteit van de specie, de arbeidsomstandigheden tijdens
het baggeren, maatregelen ter verbetering van de
arbeidsomstandigheden en gesprekken met de opdrachtgever
over de noodzaak van extra veiligheidsmaatregelen.
- 1998
- In het kader van het programma EU-Phare, is er voor de Letse
spoorwegen een projectomschrijving (TOR) gemaakt voor het
uitwerken van een bodemsaneringspprogramma "Railway
Sites Contaminated Soils". Hiervoor zijn in Letland gesprekken gevoerd
met de ministeries van Milieu, Transport, Ruimtelijke ordening, de
Litouwse spoorwegen, de geologische dienst en verschillende bedrijven.
- 2005
- Onderdeel van een verkenning van de Poolse markt voor bodemonderzoekis
uitgevoerd, o.a. door het deelnemen aan het congres Oils &
Environment in Gdansk.
Gdansk
- 2006
- In Oekraïne werden de
mogelijkheden voor de aanleg van een park rond een kuuroord verkend en
de (her)ontwikkeling van een kleine kolchoze. Het betreft voor
beide een verkenning van de bodemgeschiktheid. (lopend onderzoek)
-
de coördinatie van een vergunningaanvraag Wm voor een
tijdelijk depot voor baggerspecie (o.a. effecten van rijping van de
specie) en advisering over de toepassing van de specie
-
het bepalen van een retardatiefactor voor barium en het
berekenen van de verplaatsing van barium in het percolaat van een
vuilstortplaats
-
het onderzoek van boorspoeling (mud) in een horizontale boring,
e.e.a. naar aanleiding van een eis van het bevoegd gezag
bouwstoffenbesluit.
- beoordeling en advies over een monitoringsplan van een composteringsinrichting.
- het onderzoek van waterbodem verontreinigd met dioxinen en de risico's van de verontreiniging.
- advies over de omstandigheden en mogelijkhedne voor biologische afbraak van minerale olie in het grondwater
- advies over de aanpak van nader waterbodemonderzoek, bepaling van omvang en risico's van de verontreiniging.
Alle genoemde expertise betreft ondersteuning van grotere adviesbureau's bij hun activiteiten.
(terug)
Toekomstmuziek, varia, gedachten, nieuws
Bodem bepaalt en bodem bepaald.
De bodem schept randvoorwaarden voor de ecologie. De bodem bepaalt
daarom (mede) welk ecosysteem in een gebied tot ontwikkeling is gekomen
of kan komen. De mens, als onderdeel van het ecosysteem, koos
zijn woonplek, zijn jachtgebied, zijn akker en de verbindingswegen
daartussen , maar altijd direct of indirect bepaald door de bodem.
De bodem speelde lang een hoofdrol in de ruimtelijke ordening.
Door de ontwikkeling van de techniek is de invloed van de bodem op de
ruimtelijke ordening steeds minder geworden. De uitvinding van de terp,
de heipaal en de polder maakten het gebied dat in aanmerking
kwam voor bewoning heel veel groter.
Met het goedkoper worden van energie in
de negentiende en twintigste eeuw (transport en bemaling) verdween de
invloed van de bodem op de inrichting van Nederland bijna geheel. De
kosten van het geschikt maken van de
bodem voor de gewenste functie zijn relatief laag. Men ging over
tot het bebouwen van gebieden die tot dan niet geschikt waren bevonden.
Werd een wegtracé vroeger gedicteerd door de bodemgesteldheid,
de laatste vijftig jaar is er een grotere rol
weggelegd voor ontwerpers en planologen die de bodemgesteldheid
niet meer als uitgangspunt behoeven of moeten nemen. Wegen en
woongebieden hebben hierdoor andere afmetingen, vormen en verhoudingen
gekregen.
In de toekomst verwacht ik dat de invloed van de ondergrond op de
ruimtelijke inrichting weer zal toenemen. Klimaatverandering
en bewustwording van risico's, meervoudig ruimtegebruik, het
grondwaterbeheer, toegenomen waardering voor de geomorfologie en de
archeologie, het duurder worden van grondverzet, transport en
bemaling en de schaarste van ophoog zand maken dat de
bodemgeschiktheid voor diverse functies en toepassingen weer een
belangrijker aspect wordt in ruimtelijke afweging.
Zelf heb ik het gevoel dat een omgeving waarin de inrichting is
bepaald door de ondergrond, zoals het geval is bij brinkdorpen, terpen,
verschillende stadscentra, de wegen langs de vroegere
Middelzee en
zelfs het tracé van de afsluitdijk, aangenamer beleefd
wordt, dan
plaatsen waar de ondergrond geen invloed heeft gehad. Waar mogelijk,
moet daarom de ondergrond nadrukkelijker uitgangspunt zijn
voor de inrichting van het land.
Via Grondwark wil ik graag inbreng leveren (bodemkunde, geologie,
grondwaterbeheer, milieukunde) in streekplannen, visies op gemeentelijk
niveau of uitbreidingsplannen. (terug)
- H. Hidding, Bodemverontreiniging op gasfabrieksterreinen. Land en Water, feb. 1983.
- H. Hidding, Investigation and Remediation of the site of the
former gasworks in Tilburg. in J.W. Assink and W.J. v.d. Brink, First
international conference on contaminated soil, 1985.
- H. Hidding, 1987. Selection of a contractor for a large soil
cleaning project. Second European Conference on environmental
technology.
- H. Hidding, 1987. Monsternamestrategie bij bodemonderzoek. Post HBO-cursus 'Bodemsanering', Prof. H.C. van Hall Instituut
- H. Hidding en K. van Malderen, 1988. Arsenic in gley soils,
occurrence and human exposure. In R. Wolf, W.J. v.d. Brink, F.J.
Colon, Second int. TNO/BMFT conference on contaminated soil.
- H. Hidding, 1989. Sanitation alternatives for a built-up landfill. (Envirotech, Vienna)
- H. Hidding en M. Wetterauw, 1989. Sanierung einer
Wurftaubenschießanlage: Untersuchungen und Erfahrungen.
(FGU-Berlin, Bleikontamination und Lärmbelastung durch
Schrotschießplätze)
- H. Hidding en J.S. Bouwhuis, 1990. Soil contamination,
contaminant levels in benthic organisms and intake by
oystercatchers on tidal flats in the Eastern Scheldt. IAWPRC/EWPCA
Int. Conf. on North Sea Pollution, Amsterdam.
- H. Hidding, 1990. Typen bodemonderzoek, doelstelling en
betrouwbaarheid. Cursus Bodembescherming en Bodemsanering, Bijscholing
Bosbouw en Cultuurtechnisch onderwijs, Internationale Agrarische
Hogeschool Larenstein.
- H. Hidding, J. Freye en J.J.M. van Roestel, 1992.
Waterbodemsanering. Hoofdstuk 10 in J.M.H. Vijgen, 'Bodemsanering',
PUDOC Wageningen
- H. Hidding, P.O. de Vries, A. Hahn, R. Veeningen, 1993.
Phosphate saturation and groundwater quality in sand soils in the
province of Friesland. In F. Arendt, G.J. Annokkée, R. Bosman
and W.J. van den Brink (eds), Contaminated Soil '93. (Kluwer Academic
Publishers)
- J. Griffioen, H.Hidding, P.C. Slik, W.N.M. van Heiningen, A.A.M.
Langenhoff en H.H.M. Rijnaarts, 1999. Benzeenafbraak in een sterk
reducerende bodem, NOBIS 96-3-05.
- P.C. Slik, H. Hidding, dr. ir. A.A.M. Langenhoff, 2002. Nitraat
stimuleert anaërobe afbraak van benzeen. Land + Water nummer 5,
jaargang 42 (pp 45 t/m 47)
- H. Hidding, F. van Soest, A.H. Smits, 2003. Storten van teelaarde
in zandwinputten in de provincie Drenthe: een technisch
beoordelingskader. Bodembreed Symposiumgids, 24 en 25 november
2003.
- H.Hidding and N. Slik, 2005. Benzene in anaerobic groundwater;
on site biological degradation, using nitrate. Oils and Environment,
proceedings of 4th International Conference, Gdansk University of Technology.
- A. Kant and H. Hidding, 2005. Abandonment and soil restoration in Schoonebeek oil field. Oils and Environment, proceedings of 4th International Conference, Gdansk University of Technology.
(terug)