Contactgegevens

Grondwark Advies
Henk Hidding
Wissel 22a
8454 KT Mildam

06 2291 6955
www.grondwark.nl

Grondwark Bodemadvies

‘Grondwark’ is het adviesbureau van Henk Hidding. Het werkveld van Grondwark is de geschiktheid van bodem voor elke bestemming en de geschiktheid van grond voor elke toepassing.  Grondwark heeft vooral ervaring  met


Schakel  Grondwark in voor bewezen inhoudelijke en procesmatige ervaring: 

Alle bodemonderzoek wordt uitgevoerd om vragen over de bodemgeschiktheid te kunnen beantwoorden, bijvoorbeeld de geschiktheid voor woningbouw, openbaar groen, akkerbouw, grasland, natuur, bos, laanbomen, de aanleg van een vijver, ondergrondse infrastructuur, etc. Bodemonderzoek kan uitwijzen dat er voor een functie beperkingen zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een verontreiniging, zettingsgevoelige lagen of hoge grondwaterstanden. Dit zijn technische beperkingen.

Daarnaast kunnen er beleidsmatige beperkingen zijn. De bodem kan bijvoorbeeld archeologisch van belang zijn, waardoor, voorafgaand aan de realisatie van de bestemming, archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd.

Het bodemadvies beschrijft de manieren waarop de bodem, die beperkingen heeft, voor de bestemming geschikt kan worden gemaakt (bijvoorbeeld saneringstechniek, bouwrijp maken, in cultuur brengen van een baggerdepot).

Voorbeelden van onderzoeken en adviezen uit de periode bij Oranjewoud vindt u onder werkervaring. De belangrijkste 'wapenfeiten' staan (ook)  in het lijstje publicaties.

Grondwark Bodemadvies is sinds 1 september 2006 actief. Voorbeelden van klussen door Grondwark vindt u als u op expertise klikt.

Toekomstmuziek, varia, gedachten, nieuws

. Bodem bepaalt


Levensloop

Naam: Henk Hidding
Geboortejaar: 1952
Geboorteplaats: Sleen

Opleidingen

1970
HBS-b aan het Gemeentelijk Lyceum te Emmen
1978
Bodemkunde en Bemestingsleer, LH-Wageningen

Beroepsloopbaan

2006 – heden:
‘Grondwark Advies’, adviesbureau in bodemgeschiktheid
1980 – 2006:
Ingenieursbureau 'Oranjewoud'BV, Heerenveen  in diverse functies en rollen, aanvankelijk als technisch medewerker en, projectleider, later als sectorhoofd, projectmanager en teammanager., de laatste jaren als senior adviseur.
1978 – 1980:
Rijks Middelbare Landbouwschool Drachten, leraar bodemkunde en scheikunde.
(terug)

Werkervaring (Oranjewoud BV)


Landbodem, onderzoek en sanering van verontreinigde terreinen

1980 – 2006

Onderzoek van verontreinigde terreinen, studie van risico’s van verontreinigingen, het opstellen van saneringsplannen en de begeleiding van saneringen.

Gasfabrieksterreinen o.a. te Enkhuizen, Appingedam, Franeker, Gorredijk, Ternaard, Breda, Haarlem, Tilburg, Roosendaal, Meppel, Graft- De Rijp, Nieuwe Niedorp, Workum, Uithuizen, Wolvega, Joure, Schoonhoven. Daarnaast onderzoek van veront­reinigingen door hout­conserverings­middelen (creosoot, Wolmanzouten, pentachloorfenol), bestrijdings­middelen (loonbedrijven en in havenslib), tri en per in wasserijen en metaalbedrijven, metalen (gieterij, andere metaalindustrie, kleiduiven­schietbanen), verffabrieken, zoutloodsen, zuivelfabrieken, suikerfabrieken, zwavelzuur­fabriek, minerale oliën en stortplaatsen.

gasfabriek zaandam
De gasfabriek (aan de Zaan) in Zaanstad.

Speciale vermelding  wordt gemaakt van het onderzoek in kruipruimte - en binnenhuislucht (Âldlân -oost), het onderzoek naar het voorkomen en de risico's van arseen in beekdalen in Gelderland, speciatie en risico's van cyaniden in bodem en grondwater rond loodsen voor strooizout, thet onderzoek naar de loodbelasting  op  kleiduivenschietbanen , de sanering van  deze locaties en de reiniging van de met loodhagel belaste grond. 

Nooit gedacht, toch bewezen: de anaërobe biologische afbraak van benzeen met nitraat  als oxidator in NOBIS en later SKB verband. 

Bij het onderzoek van stortplaatsen is onderzoek gedaan aan percolaat met ftalaten, fluoriden en barium (in verschillende stortplaatsen!).

Recent is ervaring opgedaan met in situ chemische oxidatie (Fenton's) boven het grondwater. Dit betrof het begeleiden van een proef. (terug)


Bodemkartering

1972
kartering Oostwaardhoeve (veldassistent)
1974
het dal van de Vennevertlose beek bij Winterswijk; kartering gericht op het schatten van de actuele grondwatertrappen en de grondwatertrappen aan het begin van de twintigste eeuw, aan de hand van profielkenmerken en de aanwezigheid van beekklei,
1977
gebieden bij Frederiksoord en Vledder als studentassistent op het veldpraktikum bodemkunde van de studierichtingen cultuurtechniek en tuin- en landschapsarchitectuur
1980
Wiardaburen, stadsuitbreidingsgebied ten zuiden van Leeuwarden (veldwerk, kaartvervaardiging en evaluatie van de bodemgeschiktheid)
Wiardaburen in 1980 (in de linkerbovenhoek Goutum)
Wiardaburen in 1980 (in de linkerbovenhoek Goutum)
1981
leidingtracé ondergrondse hoogspanningsleiding Alphen – Gouda (EZH)
1981
leidingtracé bij Moerkapelle (NAM)
1981
diverse percelen, verspreid in het land t.b.v. de aanleg van o.a. sportparken
1991
boswachterij Oranjewoud, bodemgeschiktheidskartering (adviseur)
1992
bodemgeschiktheidskartering defensieterrein Strubben – Kniphorstbos (adviseur)
Bodemprofiel 1 Bodemprofiel 2 Bodemprofiel 3
In de boswachterij Oranjewoud is de bodem meestal gespit tot een diepte van 0,3 tot 0,6 m. De ondergrond is vaak lemig, dicht gepakt en onberoerd. 
(terug)

Verzuring en vermesting

1989
Vitaliteit en voedingsstoffenhuishouding inlandse eik in relatie tot stikstofdepositie in Zuidoost Friesland
1992
Onderzoek naar fosfaatverzadiging en grondwaterkwaliteit in Friesland
1992 – 2004
Onderzoek bodem, blad en naalden in de boswachterijen van Schoonloo en Oranjewoud. Waarbij in de boswachterij Oranjewoud aandacht is besteed aan de effecten van mineralensuppleties (bosbemesting)
Eik Douglas
Onderzoek van o.a eik en douglas in de boswachterij Oranjewoud van 1992 tot 2004

Gebleken is dat  de mineralensuppleties  (vrijwel) geen invloed hebben gehad op de zuurgraad van de bodem. De zuurgraad is over de periode van waarneming gelijk gebleven. Wèl is de samenstelling van het blad sterk verbeterd. De toestand  van een aantal sporenelementen  lijkt zeer labiel. Bij de lage zuurgraad pH = ca. 3,0 in leemarm zand, spoelt een element als mangaan gemakkelijk uit. Dit kan dan tot mangaangebrek leiden. Diezelfde lage zuurgraad zou bij een  eventuele toediening van mangaan houdende meststoffen mogelijk snel tot mangaan overmaat kunnen leiden. Wellicht is de toediening van thomasslakkenmeel, waarin enig mangaan aanwezig is, zeer heilzaam geweest.


2003  

Technisch beoordelingskader voor het storten van teelaarde in zandwinputten. In verschillende natuurbouwprojecten komt teelaarde vrij. Van het storten van teelaarde in zandwinputten is een kwalitatieve beschrijving gemaakt. De mobilisatie van  vooral nutriënten na het eventueel storten van teelaarde is inzichtelijk gemaakt. Op basis hiervan is een beoordelingskader opgesteld. In veel gevallen blijkt het storten van teelaarde in zandwinputten ongewenst vanwege de belasting van het grondwater met nutriënten en o.a. de mobilisatie van ijzer.  (terug)


Waterbodem en bietengrond

1990 - 2006

Veel ervaring is opgedaan met waterbodemonderzoek, baggerplannen, saneringsplannen en onderzoek naar de verwerkingsmogelijkheden voor baggerspecie. De benadering om voorafgaand aan het opstellen van baggerbestekken een scenariostudie uit te voeren, waarin vooral de verwerking van de specie een variabele was, is zeer succesvol geweest. Op deze manier zijn besparingen gerealiseerd op baggerwerk terwijl tevens nuttige toepassingen van de specie werden gevonden. De laatste jaren is de depotcapaciteit toegenomen (o.a. zandwinputten). De toepassing van specie in werken is hierdoor verminderd. Saneringsplannen zijn o.a. voorbereid in de haven van Harlingen, de Surhuisterveenstervaart, de Potmarge, grachten in Franeker en Hindeloopen. Specifieke ervaring is opgedaan met het saneren van asbesthoudende bagger. Studie is gemaakt van effecten van rijping van specie en de herkomst van nikkel in specie.

Ophoging van landerijen met wasgrond van suikerbieten ten noorden van Hoogkerk.
Ophoging van landerijen met wasgrond van suikerbieten ten noorden van Hoogkerk. Planvorming en bestek tot en met het weer in cultuur brengen.
Baggerdepot aan de Kromme Ee.
Baggerdepot aan de Kromme Ee. Projectbegeleiding: contracten met eigenaar, locatieonderzoek, vergunningen, bestek en directievoering.

Speciale vermelding wordt gemaakt van het onderzoek naar verontreiniging rond een voormalige scheepssloperij in de Oosterschelde. Bij het karteren van de verontreiniging (PAK) werd gebruik gemaakt van Kriging. Verder is de relatie onderzocht tussen gehalten in het sediment en in organismen (wadpier, kokkel en mossel) en de mogelijke impact daarvan op Scholeksters.  (terug)


 

Buitenland

Af en toe was er een klus in het buitenland.

1988
In Helsinki werd deelgenomen aan het eerste (ad-hoc) Soil Expert Panel van UN-ECE/ICP Forests. Overlegd werd over bodemonderzoek in bossen, inhoud en internationale afstemming
1996
In opdracht van Ballast Nedam is gedurende een week technische ondersteuning verleend en advies uitgebracht op de sleephopperzuiger Lelystad bezig met een project in de haven van Santos. Het betrof de kwaliteit van de specie, de arbeidsomstandigheden tijdens het baggeren, maatregelen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden en gesprekken met de opdrachtgever over de noodzaak van extra veiligheidsmaatregelen.
1998
In het kader van het programma EU-Phare, is er voor de Letse spoorwegen een projectomschrijving (TOR) gemaakt voor het uitwerken van een bodemsaneringspprogramma "Railway Sites Contaminated Soils". Hiervoor zijn in Letland gesprekken gevoerd met de ministeries van Milieu, Transport, Ruimtelijke ordening, de Litouwse spoorwegen, de geologische dienst en verschillende bedrijven.
2005
Onderdeel van een verkenning van de Poolse markt voor bodemonderzoekis uitgevoerd, o.a. door het deelnemen aan het congres Oils & Environment in Gdansk.
Henk in Gdansk
Gdansk
2006
In Oekraïne werden de mogelijkheden voor de aanleg van een park rond een kuuroord verkend en de (her)ontwikkeling van een kleine kolchoze. Het betreft voor beide een verkenning van de bodemgeschiktheid. (lopend onderzoek)
Henk op de Krim
de Krim.  (terug)

Expertise

Alle genoemde expertise betreft  ondersteuning van grotere adviesbureau's bij hun activiteiten. (terug)
Toekomstmuziek, varia, gedachten, nieuws

Bodem bepaalt en bodem bepaald.
De bodem schept randvoorwaarden voor de ecologie. De bodem bepaalt daarom (mede) welk ecosysteem in een gebied tot ontwikkeling is gekomen of kan komen.  De mens, als onderdeel van het ecosysteem, koos zijn woonplek, zijn jachtgebied, zijn akker en de verbindingswegen daartussen , maar altijd direct of indirect bepaald door de bodem.
De bodem speelde lang een hoofdrol in de ruimtelijke ordening.
Door de ontwikkeling van de techniek is de invloed van de bodem op de ruimtelijke ordening steeds minder geworden. De uitvinding van de terp, de heipaal en de polder  maakten het gebied dat in aanmerking kwam voor bewoning heel veel groter.
Met het goedkoper worden van energie in de negentiende en twintigste eeuw (transport en bemaling) verdween de invloed van de bodem op de inrichting van Nederland bijna geheel. De kosten van het geschikt maken van de bodem voor de gewenste functie zijn relatief  laag. Men ging over tot het bebouwen van gebieden die tot dan niet geschikt waren bevonden. Werd een wegtracé vroeger gedicteerd door de bodemgesteldheid, de laatste vijftig jaar  is er een grotere  rol weggelegd voor ontwerpers en planologen  die de bodemgesteldheid niet meer als uitgangspunt behoeven of moeten nemen.  Wegen en woongebieden hebben hierdoor andere afmetingen, vormen en verhoudingen gekregen.

In de toekomst verwacht ik dat de invloed van  de ondergrond op de ruimtelijke inrichting weer  zal toenemen. Klimaatverandering  en bewustwording van risico's, meervoudig ruimtegebruik, het grondwaterbeheer, toegenomen waardering voor de geomorfologie en de archeologie, het duurder worden van grondverzet, transport en bemaling en de schaarste van ophoog zand  maken dat de bodemgeschiktheid voor diverse functies en toepassingen weer een belangrijker aspect wordt in ruimtelijke afweging.

Zelf heb ik het gevoel dat een omgeving waarin de inrichting  is bepaald door de ondergrond, zoals het geval is bij brinkdorpen, terpen, verschillende stadscentra,  de wegen langs de vroegere  Middelzee en  zelfs het tracé van de afsluitdijk, aangenamer beleefd wordt, dan plaatsen waar de ondergrond geen invloed heeft gehad. Waar mogelijk, moet daarom de ondergrond  nadrukkelijker  uitgangspunt zijn voor de inrichting van het land.

Via Grondwark wil ik graag inbreng leveren (bodemkunde, geologie, grondwaterbeheer, milieukunde) in streekplannen, visies op gemeentelijk niveau of uitbreidingsplannen. (terug)









Publicaties

 (terug)